|
Wat je nodig hebt voor een training
| • |
Een baanfiets. Als je zelf geen baanfiets hebt kun je er een huren |
| • |
Fietsschoenen én bijbehorende
klikpedalen (Look, SPD, Time etc. etc.) plus het gereedschap om deze te
monteren |
| • |
Harde schaalhelm, zonder zonneklep |
| • |
Fietshandschoenen |
| • |
Fietskleding |
| • |
Laat je zonnebril thuis.
Alleen als je echt een bril nodig hebt, bv. i.v.m. lenzen, mag je een
heldere bril dragen zonder grote randen. Gekleurde brillenglazen zijn
niet toegestaan. |
Het Velodrome heeft een beperkt aantal helmen en toeclippedalen beschikbaar (zie tarieven).
In toeclippedalen ga je met gewone (sport-)schoenen. Klikpedalen zijn niet te leen
of te huur en ook voor fietskleding en handschoenen moet je zelf zorgen.
Je eigen klikpedalen meebrengen is veel fijner dan ouderwetse toeclippedalen
lenen! Heb je een racefiets draai je pedalen eruit en neem ze mee naar de baan.
Vergeet je fietsschoenen niet!
Tip: Linkerpedaal heeft linkse draad, dus rechtsom losdraaien. Rechterpedaal
heeft normale draad, dus linksom losdraaien.
Ook voor de helm geldt dat je eigen helm vaak beter zit dan een leenhelm.
Neem je eigen helm mee naar de baan!
Baanfiets
Een baanfiets is compleet anders dan een gewone racefiets. Een baanfiets
heeft een andere geometrie en er zitten geen versnellingen, remmen of derailleurs
op. Je kunt dus niet met een gewone racefiets op het Velodrome trainen. In het
Velodrome zijn er daarom baanfietsen te huur.
De fietsen zijn in alle maten, van 48 cm t/m 62 cm. Daarbij zijn er twee
verschillende soorten baanfietsen te huur. De Balk fietsen bestaan uit een
stalen frame met een stalen voorvork en de Giant fietsen bestaan uit een
aluminium frame met een carbon voorvork. Daarnaast hebben de Giant fietsen een
duurdere afmontage dan de Balk fietsen. De huur per training van de Balk
fietsen is daarom goedkoper dan die van de Giant fietsen,
zie Voorwaarden en tarieven voor de actuele
tarieven.
Veilige helm
Een goede en passende helm is erg belangrijk bij het wielrennen op de weg maar
ook op de baan. Op de baan is het verplicht een goed passende en veilige helm te
dragen. Maar wat is een goede helm?
Een helm heeft een beperkte levensduur van een jaar of 5, door de invloed van
zuurstof en UV straling. Een helm moet vervangen worden als slijtage duidelijk
zichtbaar is.
Elke helm die blootgesteld is geweest aan een zware schok of stoot
bijvoorbeeld door een val, moet worden weggegooid of vernietigd, zelfs als de
schade aan de buitenkant niet zichtbaar is.
Een helm kan zijn werk alleen goed doen als hij goed past en correct wordt
gedragen.
Voor je een helm gebruikt, moet je zorgen dat hij goed past en in de juiste
positie op je hoofd zit, dat de riempjes goed aangepast zijn en dat het
kinriempje strak genoeg zit.
 |
Volg deze vier eenvoudige stappen om te leren hoe je je helm goed aanpast
en correct draagt (kijk in de spiegel of vraag iemand even mee te kijken):
STAP 1: De juiste maat en de juiste positie
In de eerste plaats is het belangrijk dat de helm niet te groot of te klein is.
Is de helm te klein dan sluit hij niet goed aan op de bovenkant van je hoofd en
blijft en is een groot gedeelte van je voorhoofd en boven je oren bloot. Als de helm
te groot is dan wil de helm niet goed op je hoofd blijven zitten.
Draag de helm aan de voorkant altijd laag, net boven je wenkbrauwen om het
voorhoofd te beschermen. Schuif de helm nooit naar achteren op je hoofd om het
voorhoofd vrij te maken.
STAP 2: De juiste pasvorm
Wanneer de helm in de goede positie op je hoofd zit ga je de maat aanpassen.
Dit doe je aan de achterkant van de helm waar meestal een draai- of
schuifsysteem zit.
Je controleert of de pasvorm goed is door even met je hoofd naar de grond te
buigen. Hierbij is de kinband niet gesloten. Als de helm niet van je hoofd
glijdt is de maat en pasvorm goed. Schuift de helm wel van je hoofd dan moet
je aan de achterkant het draai- of schuifsysteem aanpassen of een andere maat
helm proberen. Dat een te grote helm zal glijden spreekt voor zich maar een te
kleine helm wil vaak ook niet goed blijven zitten.
STAP 3: De riempjes aanpassen
Pas de riempjes aan terwijl de helm in de juiste positie op je hoofd zit.
Als je dat niet doet, zal de helm niet goed passen. Dit kan veroorzaken dat de
helm bij een val verschuift of van het hoofd afkomt.
De riempjes moeten goed in een driehoek om de oren zitten en goed
aansluiten om het hoofd. Je past de riempjes aan door het verbindingsstuk
open te klappen of te verschuiven. Dit kan per merk verschillen. Het
verbindingsstuk moet onder het oor zitten.
STAP 4: De kinriem aanpassen
Draag de helm altijd met de gesp van het kinriempje vastgemaakt en het riempje
zelf stevig aangetrokken. Plaats het riempje tegen de keel, niet op de punt
van de kin. Het riempje moet strak zitten maar normaal ademen moet nog wel kunnen.
Zorg dat het loshangende einde van het riempje door de rubber O-ring wordt
gehaald. Als dit niet wordt gedaan, kan het riempje losgaan en kan de helm per
ongeluk van het hoofd afkomen.
Helmen met zonnekleppen zijn niet toegestaan op de baan!
Een zonnebril of bril met grote randen en een zonneklep op je helm kan je
zicht beperken en juist op de baan is goed zicht heel belangrijk. Daarom mag
er op de baan geen zonneklep op je helm zitten.
Bepaalde helmen worden geleverd met een losse drukknoopzonneklep. Om de
zonneklep te verwijderen moet je het volgende doen:
Trek de zijkanten van de zonneklep van de helm los en til hem dan van de
helm af.
Om de zonneklep weer terug te zetten, plaatst u hem midden op de helm en
dan klikt u de pennetjes (A) in de gaatjes (B) in de helm.
|
|
 |
|